Harpie 2022, roman
Harpie 2022, roman
Land van Kokanje 2022, poëziebundel
Land van Kokanje 2022, poëziebundel
Kwaad Gesternte 2016, poëziebundel
Kwaad Gesternte 2016, poëziebundel
Hannah van Binsbergen
Ander Proza
foto: Melanie Marsman
Wie is de baas in een tekst? Kun je vernieuwing preken met oude vormen? Vormexperimenten komen vaak voort uit progressieve idealen, maar sluiten ze niet juist de mensen uit die ze willen bereiken?

De relatie tussen literatuur en politiek is oud en complex. Schrijvers die streven naar verandering van de maatschappij willen geen teksten schrijven die de huidige verhoudingen bewust of onbewust reproduceren. Bij een andere wereld hoort een andere literatuur. Niet alleen inhoud van het geschrevene moet dit weerspiegelen, maar ook de vorm. In de jaren zeventig van de vorige eeuw probeerde een groep linkse schrijvers hun democratische ideeën toe te passen op proza. Ander Proza, noemden zij dat. Een van hen, Lidy van Marissing, verwoordde het zo: "Een boek, dat de weerslag is van een bewustwordingsproces, kan niet de vorm hebben van een rechtlijnige vertelling. Deze doorbraak van politiek besef kan niet worden
uitgedrukt met de traditionele middelen." Schrijven óver dit proces is dus niet voldoende, het schrijven zelf moet veranderen.

Ik ben zelf literair auteur. Ik heb twee dichtbundels en een roman geschreven. Nu heb ik me gecommitteerd aan het schrijven van een tweede roman, maar ik ben erg aan het treuzelen. Ik had een heel
verhaal bedacht over textielarbeiders die zich ontworstelen aan het systeem dat ze uitbuit en samen iets nieuws opbouwen. Het ging over revolutie. Het vertellen van dit verhaal gaf me een ongemakkelijk
gevoel over de autoriteit van de schrijver. Er moest een hele wereld opgebouwd worden, en dat lag allemaal in mijn handen. Ik kwam erachter dat ik eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd ben in dit soort macht, maar wel werelden wil bouwen. Samen met anderen, samen met de lezer.
Democratisch schrijven: een werkboek
"Steel dit boek. De boekhandelaar verdient er 40% aan. Een boek is geen pak waspoeder. De auteur werkt niet alleen aan produkten, maar ook aan middelen tot produksie, nl. van andere gedachten. Het boek krijgt haar gebruikswaarde niet door het aantal kopers, maar door het aantal lezers. Lees dit boek."

Jacq Vogelaar, Het heeft geen naam

Als schrijver van zowel poëzie als proza word ik vaak geconfronteerd met de verschillen tussen deze genres. In poëzie heb ik altijd een grote mate van vrijheid ervaren, zowel in het scheppen van teksten als behandeling van die teksten door redacteuren en uitgevers. In de keuzes die ik maakte wat betreft vorm en inhoud werd ik als dichter vertrouwd, omdat we in de poëzie gewend zijn dat auteurs nieuwe vormen uitvinden voor hun inhoud, zodat die twee maximaal samen kunnen vallen.

In proza lag dit vanaf het begin anders. De scheidslijnen tussen verschillende subgenres (de realistische roman, memoires, jeugdliteratuur, sciencefiction, etc.) waren veel minder vanzelfsprekend fluïde, zoals ik dat vanuit de poëzie gewend was, en experiment werd niet zomaar verwelkomd. Poëzie was een veilige niche met een extreem gespecialiseerd publiek, dat niet schrikt van taalvernieuwing. Proza is voor de massa, voor zover daar in de literatuur van een in rap tempo ontlezend land nog sprake van is. Daarom wilde ik ook proza schrijven, en fictie bovendien. Maar in de fictie zoals die meestal en vooral verschijnt herkende ik de waarden van mijn schrijverschap niet.

Het onderzoek waar je nu het verslag van leest, richtte zich in eerste instantie op het vinden van voorbeelden in de Nederlandse literatuur bij schrijvers die met vergelijkbare dingen bezig waren. Ik las Lidy van Marissing, Dick Raaijmakers en Jacq Vogelaar, en vond bij die laatste een theoretische benadering die me sterk aansprak, maar een praktijk die me teleurstelde. Vogelaar wilde proza democratiseren, maar dit leverde nagenoeg onleesbare boeken op, die in veel gevallen ook bijna letterlijk geen publiek hadden. Deze interessante tegenstelling werd het vertrekpunt van mijn onderzoek. Ik formuleerde mijn doelstelling als volgt:

Ik wil de mogelijkheden onderzoeken van een proza dat in vorm democratisch is: dat de lezer activeert en oproept tot zelf doen. Een experimenteel proza, dat zowel in een avant-gardistische traditie staat, als (onmiddellijk) toegankelijk is voor een niet-gespecialiseerd publiek. Emoties lijken vaak het primaat te hebben als het gaat om toegankelijkheid, maar vernauwen de mogelijkheden van waar je het over kan hebben in tekst. Ik ben geïnteresseerd in het idee van zintuiglijkheid in literatuur als middel tot toegankelijkheid. (maart 2023)

Mijn onderzoek viel uiteen in drie reflecties op het proces van lezen en schrijven, oriëntatie, hiërarchie en spanning, en realisme. Bij elk onderwerp hoorde een literatuuronderzoek, gevolgd door een hier opgenomen schriftelijke reflectie, en een gerelateerde schrijfopdracht die ik mezelf gaf. De conclusie komt uit de praktijk: een bijeenkomst met lezers waar we een hoofdstuk uit Raadsels van het Rund bespraken, en zo een publiek voor die publiekloze roman vormden.

Lees het verslag: