Onder de oppervlakte van het doorlopende onderzoek naar de dynamiek van verbondenheid in mijn werk schuilt een behoefte aan verbondenheid met Ander(en). Komende vier maanden binnen CrossYart wil ik deze behoefte onderzoeken en werken aan een passend en relevant profiel van de Ander(en) binnen mijn werk op basis van de vragen: Wie wil ik uitnodigen? Waarom? En wat is hun rol? Met een concreet (voor)beeld van de Ander(en).
Het onderzoek manifesteert zich in denken (en uitgedaagd worden om te denken), lezen. bestuderen en ontmoeten. Ik stel me voor dat mijn onderzoek eindigt met audities voor de Ander(en) op basis van het profiel.
Het onderzoek manifesteert zich in denken (en uitgedaagd worden om te denken), lezen. bestuderen en ontmoeten. Ik stel me voor dat mijn onderzoek eindigt met audities voor de Ander(en) op basis van het profiel.
Een onderzoek naar De Ander(en)
Inleiding en toelichting door CrossYart op het werkboek van Cindy Moorman.
De relatie tot de ander is uitgangspunt, onderwerp en de motor van haar werk. Cindy beschouwt haar werk als een middel voor ontmoeting en verbinding maken en onderzoekt posities die daarbij worden ingenomen.
Wat de conclusie over het proces oplevert naar aanleiding van deze studie is dat de ander, met name ook de samenwerkingspartner, ertoe doet. Zij staan tenminste op gelijke voet met de anderen die later komen, en misschien nog wel in een diepere verbinding met Cindy’s werk want precies daar ontstaat een vorm die niet reproduceerbaar is en die aan de formele kaders ontsnapt. Daar ontstaat een ruimte om met haar werk bestaande regels te herdefiniëren.
Polonaise
Er zijn woorden die steeds terugkeren in Cindy’s werk, een ervan is het woord ‘polonaise’ wat voor haar staat voor het comfortabel mee bewegen met de groep. Cindy beseft dat de polonaise onoverkomelijk is, we willen altijd ergens bij horen, ergens in meebewegen, polonaises zijn ook gewoon het weekritme, en het is ingewikkeld om dat volledig overboord te gooien. Maar kan je daarbinnen een eigen vorm vinden, bijvoorbeeld door een polonaise tijdelijk te ‘kapen’? Of door zelf ritmes te maken die daarmee breken? En op welk punt wordt dat dan niet net zo goed een nieuwe polonaise?
De CrossYart studie deed Cindy beseffen dat de tijdelijkheid cruciaal is; als Alice in Wonderland ga je erin en je bent even helemaal ergens anders maar je gaat er ook weer uit en met name die beweging is relevant, het gaat om een tijdelijke formatie.
Positiebepalen, houding en scenografie
Na deze conclusie over de polonaise wilde Cindy woorden vinden voor alle mogelijke ‘anderen’ en hun posities. Waar in eerste instantie anderen als eng, bedreigend en om met Sartre te spreken als ‘de hel’ voelden was het nu tijd voor een nieuwe definitie en een andere benaming. Voor Cindy is het van belang dat de ander een medespeler is en daarin verschillende rollen kan aannemen. Je kunt bijvoorbeeld een samenwerkingspartner zijn, de ander die er is voordat het werk er is. Of de deelnemende ander in de vorm van publiek of een lid, iemand met een langduriger betrokkenheid die het enkele werk overstijgt. Bij deze drie hoofdbenamingen hoort meteen een positie.
Zo kwamen we te spreken over houdingen omdat Cindy foto’s had verzameld van de museumbezoeker, de curator, kunstenaar, toerist, kortom van mogelijke rollen en wat daar sterk in opviel is de lichaamshouding die veel zegt over hoe de ander zichzelf ziet in zo’n situatie, alsof deze zich voegt naar de rol die hem of haar is toebedeeld.
Cindy heeft tijdens haar onderzoek een video gemaakt met voice-over waarin blauw geschminkte handen de acteur zijn. Zij zegt daarover dat de handen symbool staan voor een universeel mens. Met voeten is dat vergelijkbaar, zij anonimiseren en maken gelijkwaardig. Tegelijk zit er een mate van absurdisme in wat volgens haar nodig is om te prikkelen en nieuwsgierigheid op te wekken. In een standaard situatie speelt Cindy graag met de verwachtingen om iets meer te laten ontstaan, iets licht absurds in die ruimte op dat moment en zij maakt daarvoor graag gebruik van beweging en scenografie.
Kleur en geometrie
Kleur en geometrie hebben in Cindy’s werk een dubbele aanleiding, enerzijds omdat haar werk veelzijdig is in uiting, van schilderij tot masker en van stalen frame tot performance, zocht zij naar een overkoepelende taal voor wat zij noemt ‘de speeltuin’ van haar werk. Deze zoektocht ging gelijk op met het aan haar verschijnen van acht figuren bij het teruglezen van haar schetsboeken. Van de acht onderwerpen die zo in beeld kwamen was meteen duidelijk dat ze te maken hadden met menselijke verbondenheid en daar op verschillende manieren iets over zeiden.
Om die acht beter te leren kennen heeft Cindy ze een kleur en een vorm toegekend en uiteindelijk kregen ze ook een eigen symbooltje. De kleuren en vormen dienen dus enerzijds ter herkenning en logica voor de ander en anderzijds voor zichzelf om die figuren beter te leren kennen en duiding te geven, Cindy noemt het ook wel haar speelveld. Zij zegt dat het nog steeds geen beproefd systeem is want het moet ook ruimte laten, zoals de speeltuin doet, om mee te spelen en per moment te kunnen kiezen
De relatie tot de ander is uitgangspunt, onderwerp en de motor van haar werk. Cindy beschouwt haar werk als een middel voor ontmoeting en verbinding maken en onderzoekt posities die daarbij worden ingenomen.
Wat de conclusie over het proces oplevert naar aanleiding van deze studie is dat de ander, met name ook de samenwerkingspartner, ertoe doet. Zij staan tenminste op gelijke voet met de anderen die later komen, en misschien nog wel in een diepere verbinding met Cindy’s werk want precies daar ontstaat een vorm die niet reproduceerbaar is en die aan de formele kaders ontsnapt. Daar ontstaat een ruimte om met haar werk bestaande regels te herdefiniëren.
Polonaise
Er zijn woorden die steeds terugkeren in Cindy’s werk, een ervan is het woord ‘polonaise’ wat voor haar staat voor het comfortabel mee bewegen met de groep. Cindy beseft dat de polonaise onoverkomelijk is, we willen altijd ergens bij horen, ergens in meebewegen, polonaises zijn ook gewoon het weekritme, en het is ingewikkeld om dat volledig overboord te gooien. Maar kan je daarbinnen een eigen vorm vinden, bijvoorbeeld door een polonaise tijdelijk te ‘kapen’? Of door zelf ritmes te maken die daarmee breken? En op welk punt wordt dat dan niet net zo goed een nieuwe polonaise?
De CrossYart studie deed Cindy beseffen dat de tijdelijkheid cruciaal is; als Alice in Wonderland ga je erin en je bent even helemaal ergens anders maar je gaat er ook weer uit en met name die beweging is relevant, het gaat om een tijdelijke formatie.
Positiebepalen, houding en scenografie
Na deze conclusie over de polonaise wilde Cindy woorden vinden voor alle mogelijke ‘anderen’ en hun posities. Waar in eerste instantie anderen als eng, bedreigend en om met Sartre te spreken als ‘de hel’ voelden was het nu tijd voor een nieuwe definitie en een andere benaming. Voor Cindy is het van belang dat de ander een medespeler is en daarin verschillende rollen kan aannemen. Je kunt bijvoorbeeld een samenwerkingspartner zijn, de ander die er is voordat het werk er is. Of de deelnemende ander in de vorm van publiek of een lid, iemand met een langduriger betrokkenheid die het enkele werk overstijgt. Bij deze drie hoofdbenamingen hoort meteen een positie.
Zo kwamen we te spreken over houdingen omdat Cindy foto’s had verzameld van de museumbezoeker, de curator, kunstenaar, toerist, kortom van mogelijke rollen en wat daar sterk in opviel is de lichaamshouding die veel zegt over hoe de ander zichzelf ziet in zo’n situatie, alsof deze zich voegt naar de rol die hem of haar is toebedeeld.
Cindy heeft tijdens haar onderzoek een video gemaakt met voice-over waarin blauw geschminkte handen de acteur zijn. Zij zegt daarover dat de handen symbool staan voor een universeel mens. Met voeten is dat vergelijkbaar, zij anonimiseren en maken gelijkwaardig. Tegelijk zit er een mate van absurdisme in wat volgens haar nodig is om te prikkelen en nieuwsgierigheid op te wekken. In een standaard situatie speelt Cindy graag met de verwachtingen om iets meer te laten ontstaan, iets licht absurds in die ruimte op dat moment en zij maakt daarvoor graag gebruik van beweging en scenografie.
Kleur en geometrie
Kleur en geometrie hebben in Cindy’s werk een dubbele aanleiding, enerzijds omdat haar werk veelzijdig is in uiting, van schilderij tot masker en van stalen frame tot performance, zocht zij naar een overkoepelende taal voor wat zij noemt ‘de speeltuin’ van haar werk. Deze zoektocht ging gelijk op met het aan haar verschijnen van acht figuren bij het teruglezen van haar schetsboeken. Van de acht onderwerpen die zo in beeld kwamen was meteen duidelijk dat ze te maken hadden met menselijke verbondenheid en daar op verschillende manieren iets over zeiden.
Om die acht beter te leren kennen heeft Cindy ze een kleur en een vorm toegekend en uiteindelijk kregen ze ook een eigen symbooltje. De kleuren en vormen dienen dus enerzijds ter herkenning en logica voor de ander en anderzijds voor zichzelf om die figuren beter te leren kennen en duiding te geven, Cindy noemt het ook wel haar speelveld. Zij zegt dat het nog steeds geen beproefd systeem is want het moet ook ruimte laten, zoals de speeltuin doet, om mee te spelen en per moment te kunnen kiezen




